Verdriet, angst en pijn.

Verdriet is iets wat bij het leven hoort. Iedereen heeft te maken met pijn en tranen. Niemand ontkomt hieraan. Voor de één is dit aspect van het leven zwaarder dan voor de ander. Waarvan Gods kinderen toch mogen geloven dat de Heere eerst hun schouders meet voor Hij een kruis erop legt. Het neemt niet weg dat mensen soms dreigen te bezwijken onder de zware last hen aangemeten. Hiervoor geeft de Heere bij tijden iemand die een poosje mee kan lopen op de weg. Om zo te helpen dragen. Een arm om je heen. Tranen die gedroogd worden. Een liefdevol woord wat gesproken mag worden. Kortom, er is iemand die tijd voor je heeft. Een luisterend oor. Wanneer het mag worden opgemerkt als zijnde de besturing van de Heere, het kan oorzaak zijn van dankbaarheid. Graag wordt gebruik gemaakt van de liefdevolle bewogenheid.

Verdriet is een aspect in het leven wat soms zo hevig kan zijn dat het alle hoop en vertrouwen wegneemt. Het kan alle vreugde die werd ervaren vervagen. Er kan zelfs het verlangen zijn om maar uit het leven weggenomen te worden. Om dan bij de Heere te zijn. Verlost van alles wat moeilijk is. Het zijn herkenbare tijden voor ook al Gods kinderen. Was Elia niet een voorbeeld uit het oude testament? Toen hij bang neerlag voor een vrouw die hem zocht. In zijn angst vroeg ook hij de Heere een eind aan zijn leven te maken. Voor hem hoefde het niet meer. Hij was de strijd zat. Met grote kracht had hij gestreden voor de eer van de Heere. Steeds zag hij de hand van de Heere in Zijn leven. Nu dacht hij om te komen in zijn omstandigheden.

Verdriet, angst en pijn zijn aspecten die iedereen in het leven kent. De één ervaart het sterker dan de ander. De één kan ook meer hebben. Maar voor ieder komen de tijden dat het in eigen oog genoeg is. Dat het nu niet zwaarder moet worden. Ja, eigenlijk veel te zwaar is. De één loopt met betraande ogen over de wereld. De ander trekt zich terug in een hoekje. Het maakt allemaal niet uit. Want het gaat uiteindelijk over de tranen die in de fles van de Heere terechtkomen. Die Hij ziet en kent. Die Hij telt. En die Hij nooit zal vergeten. Hoop en verwachting weten dat het heel lang kan duren voor de Heere ze droogt. Maar wanneer het te zwaar wordt wordt uitgeroepen: Zou de Allerhoogste van mijn klagen en bittere rampen wel kennis dragen.

Een arm om je heen, een bemoedigend woord. Een psalm die wordt gezongen. Een bijbelgedeelte wat troost. Het zijn alles dingen die onmisbaar zijn in het leven. Voor de één is het herkenbaar. Voor iemand die weet van veel familie en vrienden om zich heen. Voor de ander moet het steeds aan op een wonder. Wanneer er eens iemand een lichtstaaltje in het leven weet te geven. Maar alles is uit de Vaderlijke hand van de Heere Zelf. Die nooit één van Zijn kinderen aan hun lot over zal laten.

Elia lag moedeloos neer. Het hoefde voor hem niet meer. Daar klonken de bekende woorden. Sta op. Eet en drink. De weg zou teveel worden. Wanneer mensen niet bemoedigen. Wanneer er echt niemand meer een woord van troost weet te spreken, dan zal de Heere Zelf komen. Hij zal de vermoeide mensen oprichten. Hij zal de tranen Zelf drogen. De Heere heeft nog meer werk in dit leven voor al Zijn kinderen. Hoe eenzaam en hoe verdrietig ze zullen zijn. Hij zal ze niet alleen laten. Wanneer ze dan later de weg terug zullen zien, er zullen maar twee voetstappen gezien worden. Ze behoeven de Heere er niet naar te vragen. Ze weten het wel. Daar waar het moeilijk was, daar werden ze gedragen.