Vergeven, zeventig maal zeven maal.

In de Bijbel, het Woord van God, staan veel lessen voor het leven van de godzaligheid. Hoe moet een christen leven. Wat wordt van hem verwacht. Dat onderwijs is niet altijd gemakkelijk. Veel dingen zijn afhankelijk van aard en karakter van mensen. Een zachtmoedig en lieflijk iemand zal minder moeite hebben met de dingen die emotioneel liggen. Harde, nuchtere en zakelijke mensen zullen veel meer moeten strijden tegen hun eigen ik. Laat ik het hebben over het vergeven van diegenen die ons kwaad hebben aangedaan.

Alle mensen staan door de zonde schuldig voor God. Wanneer zij sterven moeten zij door deze schuld rechtvaardig verloren gaan. De Heere Jezus heeft het mogelijk gemaakt dat het kwade vergeven kan worden. Door het geloof in Hem denkt God aan het bedreven kwaad niet meer. Hij werpt het achter Zich in een zee van vergeten. Het is alsof er geen zonde is gedaan. Dit grote wonder valt de kinderen van God ten deel. Het is nooit te bevatten wat dat is. Vergeving van zonden. En een eeuwig leven.

Vanuit die blijdschap en vreugde wordt het leven hervat. Er komt een godzalige levenswandel. En in die weg worden al Gods kinderen geconfronteerd met mensen. Mensen die al of niet zijn begrepen in het genadeverbond. Mensen die al of niet mogen leven vanuit de liefde. Hetzij zakelijke of gevoelsmensen. Vanuit die vergeving van eigen zonden hebben ze zichzelf leren kennen. Ze weten dat er in hen geen goed woonde. Maar ook na ontvangen genade gaat het nog dagelijks mis. Vanuit die wetenschap komt er ook begrip voor anderen. Die van diezelfde lap zijn gescheurd. Niemand is beter dan een ander. En allen moeten dagelijks bewaard worden voor zonde.

Mensen kunnen elkaar pijn doen. Verdriet. Bewust of onbewust. Dit kan grote gevolgen hebben. Er kan zoveel leed worden berokkend dat er langzaam maar zeker wrok komt onder elkaar. Het kan zelfs zover komen dat er geen behoefte meer is de ander te zien of te spreken. In de gebrokenheid die in het Paradijs ontstond deelt heel de schepping. Ook de relaties. Zelfs in familieverband.

Er kan een tijd komen dat iemand door het werk van Gods Geest wordt ontdekt aan zichzelf. Dan is het niet langer de schuld van die ander dat er onderling strijd is. Bij ontdekkend licht wordt eigen aandeel gezien. Er komt een smart over die zonde. Over die verkeerde daden. Er komt een hartelijke begeerte dat verbroken banden weer geheeld worden. In die weg is men dan ook de eerste in het belijden van schuld naar elkaar. Met de vraag om een nieuwe, betere weg.

De praktijk leert dat er vanaf nu veel mogelijkheden zijn. Mensen die ook weten van genade leren wat het is om samen te bukken en te buigen. Om in blijdschap en bewogenheid deze wending aan te grijpen om een nieuw begin te maken. Waarbij men weet dat, hoe goed het kan lijken, volmaakt zal het nooit zijn. Maar de wetenschap opnieuw iets te hebben geleerd van de Heere doet toch de weg vervolgen. Helaas is dit niet altijd het vervolg van een belijden van schuld. Er kan een situatie zijn gekomen waarbij van de andere kant geen enkele behoefte meer is om tot een vernieuwd contact te komen.