Vergeven, zeventig maal zeven maal.  (2)

Door de zonde is de hele wereld verbroken. Overal is verdriet en pijn. Scheuren en breuken in relaties zijn veel. Gehele families weten van een eenheid die ver is te zoeken. Er is maar één manier om tot elkaar te komen. Het is het bukken en buigen voor elkaar. Om als twee slechte mensen elkaar te belijden niet goed gehandeld te hebben. Verkeerd te zijn geweest in woord en in werk.

Helaas is het tegendeel zo vaak het geval. Wanneer er een verlangen gezien en gehoord wordt van één of meerderen, anderen zoeken deze weg niet. De daad om enerzijds te kunnen vergeven is schijnbaar niet aanwezig. Terwijl anderzijds geen enkele schuld of aandeel in schuld wordt gezien of erkend. Deze twee tegenpolen zorgen in het verdere voor veel verdriet. Al is er maar één die zijn of haar schuld niet wil of kan belijden, er zal tot het einde toe een meer dan verdrietige zaak blijven. Want juist diegene die getuigt van het niet kunnen accepteren van de vraag tot verzoening van de ander heeft vaak velen naast zich staan. In het vragen om begrip van dit besluit worden namelijk velen op het gemoed gewerkt door te gaan op de ingeslagen weg.

Boven dit alles staat de Heere Zelf. Hij slaat wegen van mensen gade. Vanaf het begin tot het eind van iemands leven ziet en hoort Hij alles. In Zijn gedenkboek wordt geschreven. Met onuitwisbaar inkt. Hij laat alles toe totdat Hij de bekende woorden spreekt: Tot hiertoe en niet verder. Het is een wenk van Zijn alvermogen om het hardste hart te verbreken. Door Zijn Woord en Geest is het een ogenblik waarin de toorn van God wordt gezien over wegen die bewandeld worden. Zoals Saulus op de weg naar Damaskus. Dit alles is niet om mensen. Het is om Zijn heilige Naam. Daarom verlost Hij mensen van het grootste kwaad. Brengt Hij ze tot het hoogste goed. Deze weg van verlossing en bekering gaat altijd gepaard met schuld. Met het zien van wie je zelf bent in de spiegel van God.

Wanneer Gods Geest overtuigt van zonde, van gerechtigheid en oordeel, er gebeuren wonderen. Wanneer Gods Geest in het hart van één mens dit wonder van genade werkt, het staat de wonderen niet in de weg. Eén mens met genade veroorzaakt een revolutie. Dit kan jaren duren voor vruchten worden gezien. Maar de stenen zelf zullen gaan spreken van datgene wat God heeft verricht. God gooit Zijn genade niet weg. Zijn genade die in mensen wordt verheerlijkt zal ook weer een middel zijn om anderen tot (meerder) genade te brengen.

In de weg van vergeven speelt hoogmoed een grote rol. Te groot om schuld te bekennen. Te groot om schuld toe te geven. Te groot om te bukken. Te groot om te buigen. Te groot om van genade te leven. Te groot om zichzelf bloot te geven. Liever de val en het verderf van anderen dan tot zichzelf in te keren.

Mensen met genade weten van zwijgen. Van wachten. Van rusten. Van vrede. En in dit alles ervaren ze de bijzondere ondersteuning van de Heere. Die met het vinden van het Koninkrijk van God alle dingen toewerpt die in het leven nuttig en nodig zijn. Ja, alle dingen zullen meewerken diegenen die naar Gods voornemen zijn geroepen. Het gaat hen wel, het gelukt hen wat ze doen.