Het oordeel der verharding.

De Bijbel spreekt over de tijd die komt. De Bijbel spreekt ook over het laatst der dagen. In die tijd zal de liefde ver te zoeken zijn. Mensen zullen zichzelf liefhebben. Die ander is niet belangrijk. Mensen hebben altijd het gelijk aan hun kant. Bukken en buigen voor elkaar is ver te zoeken. Er is een heersen en de baas spelen. Men zal niet schromen over lijken te gaan. Hardheid en meedogenloosheid zal gevonden worden. Men spreekt over recht, maar het is een eigengerechtigheid. Het alles is afkomstig uit de afgrond. Het heeft met God niets te maken. Het is de satan die zijn laatste streken heeft. Om, als hij dat kan, ook de uitverkorenen te verleiden.

Wie merkt deze dingen op? Het minachten van elkaar. Het verdriet en de pijn die anderen wordt aangedaan? Men is blind. Verblind. Aan het hoofd staan diegenen die door karakter, opvoeding en onderwijs menen de juiste weg te bewandelen. Een weg die met Gods Woord geen enkele binding heeft. De geboden van God worden met voeten getreden. Ik bedoel niet alleen het zevende gebod. Men spreekt kwaad over anderen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Men is uit op de ondergang van hen. Het woord schuld wordt niet meer gevonden. Die ligt altijd bij de ander. Welke pogingen er ook worden aangewend een halt toe te roepen aan de manier waarop wordt gehandeld, het kwade schijnt altijd te winnen. De liefde tot elkaar wordt niet gevonden. Oorzaak is dat er een leven zonder de Heilige Geest wordt geleid. Want, zo Deze wel de Leiding had, de liefde zou daadwerkelijk voor wonderen zorgen. En laat elke lezer zichzelf onderzoeken op deze eerste vrucht van Gods Geest. Liefde. Laat iedereen zichzelf de vraag stellen wel op de goede weg te zijn. Zichzelf afvragen of er wel geluisterd wordt naar de juiste mensen. Met de juiste inzichten. Of de goede woorden worden gesproken. De beste beslissingen worden genomen.

De Heere houdt Zich in de tijd een arm en een ellendig volk over. Zij zullen op de Naam van de Heere vertrouwen. Ze zullen om Zijn Naam smaad dragen. Ze zullen weten dat ze om Hem moeten lijden. Een weg gaan die tegen het vlees is. Het zal in het leven van Gods kinderen nooit rozengeur of maneschijn zijn. Steeds opnieuw zullen ze ervaren dat de zweep over hen heen gaat. In de wereld zullen ze keer op keer verdrukking dragen. Waarbij het zal lijken of de boze het wint. Asaf spreekt over hetgeen hij van de goddeloze zag. Het bracht hem in twijfel. Het bracht hem in overdenking. Dat duurde net zolang tot hij het einde van deze mensen zag. Mensen die in het leven altijd het hoogste woord hadden. De hardste uitspraken deden. Tot hun einde kwam.

Aan de poort lag Lazarus. De rijke man verachtte hem. Doch toen zijn einde was gekomen gingen zijn ogen open. Te laat. Een eeuwige wroeging wachtte hem.

Te laat. Voor eeuwig te laat. Woorden die in de Bijbel tot onderwijs worden gesproken. Maar ook woorden die, naar het schijnt, voor de goddeloze geen enkele kracht meer doen. Nee, het oordeel van de verharding treft niet alleen de mensen die niet naar de kerk gaan. Zelfs de vroomste en meest kerkelijke kringen treft het oordeel van de verharding. Het oordeel. De Geest is geweken. En er zal geen verandering meer komen. Zeker is er een andere tijd geweest. Maar men heeft niet geluisterd. Men is verdergegaan op de weg van hardheid. De Heere heeft gesproken. Door Woord en Geest. Misschien wel door een moeder of een vader. Er is geen gehoor aan gegeven. Men heeft zich ervoor afgesloten. Tot Gods Geest week.

Het Woord leert dat de zonde tegen Gods Geest niet vergeven zal worden.