Verstand met goddelijk licht bestraald.

Opeens word je je dingen bewust.  Verklaren kan je het niet. Maar het gebeurt. Je ziet hoe je zelf doet. Je ziet hoe anderen doen. Maar je ziet meer. Je ziet hoe het één het ander uithaalt. Je ziet acties en reacties. Je ziet oorzaak en gevolg. Hoe de dingen met elkaar in verband staan. Je voelt je als het ware meegesleurd in een stroom die niet is te stuiten. De haren rijzen je te berge. En in wanhoop vraag je het je af: Hoe is het mogelijk. Met grote angstogen zie je jezelf en de anderen afgaan op een ondergang die onherroepelijk is.

In de verbijstering die je ervaart in de golven die je meeslepen begin je als het ware te slaan. Je probeert te komen uit de sterke stroming. Je schreeuwt het uit naar de mensen om je heen. Je ziet steeds meer dingen. Maar je weet je er niet aan te ontworstelen. Tot het is alsof een krachtige hand je oppakt. Alsof het is of de dingen buiten je om gebeuren. Het is de Geest van God, zo je later mag zien.

Uitgeput ligt je neer op het strand. De ogen gesloten. Je wenst te slapen. En nooit meer wakker te worden. Want hoe moet het verder wanneer je wordt gehaald uit een leven van mensen die geen verschil weten tussen hun rechter-  en linkerhand.

Tot je de Engel naast je ziet. Tot je de stem hoort die tot je spreekt: Ik heb bij enen Held voor Israël hulp beschoren. Verbaasd vraag je je af Wie Dat toch zal zijn. Maar Hij Die spreekt is getrouw, Die het ook doen zal. En geleidelijk, door Woord en Geest, worden de dingen je duidelijk. Het leven met deze Held is een je laten drijven op de wateren van vrije genade. Om gedurig te eten en te drinken van de tafel des Heeren. Dan weer een beker koud water. Dan weer een klein stukje brood. Het is voor de wijzen en verstandigen verborgen. Het wordt aan de kinderen geopenbaard.

Heel voorzichtig mag na de maaltijd worden opgestaan. Eerste kleine stapjes worden gezet op het strand. Nog zet je de hand aan de mond en schreeuw je het uit: Kom! Ga niet slapend verder! Enkelen van diegenen die in het water zijn keren hun hoofd om. Vragen zich af wat jou mankeert. Godsdienstwaanzin? Misschien de één of andere geestesziekte?  Terwijl ze, ja zelfs diegenen die toch menen mensen te zijn met een goed verstand en een deugdelijke bekering, zich blijvend laten meesleuren door de kracht van het water, word je je langzaam bewust dat er een wonder in je leven is geschied. Dat dit geen wonder is van mensenhanden. Dat Gods Geest Zelf te pas is gekomen aan één van de mensen die zonder dat ze zich dat bewust zijn reizen naar een eeuwig ach en wee.

Zoals de Geest persoonlijk jou heeft aangeraakt, zo zal dit in ieders leven moeten gebeuren van mensen die geroepen zijn van eeuwigheid af. Mensen die door hoogmoed en eigengerechtigheid denken op de goede weg te zijn. Maar die door Gods genade leren dat het nodig is verstand te ontvangen met goddelijk licht bestraald. Om, geleid door Gods Geest, getrokken te worden uit de duisternis. Om vervolgens in een nieuw en godzalig leven anderen te mogen onderwijzen vanuit datgene wat is toevertrouwd. Om in een weg van gunning daar waar het nodig is een standpunt in te nemen wat recht en duidelijk is en geen tegenspraak wil. Want, Gods Woord zegt aldus. God wil en kan met de minste van de kromme wegen geen gemeenschap hebben. Zo zullen zij die getrokken zijn uit de duisternis tot Gods licht getuigen zijn van dat Licht door hun woord en daad.