Er moet een wonder gebeuren in het leven.

Wanneer Gods recht in het leven komt, het zal nooit meer zijn zoals het was. Dat is nu juist het wonder wat in het leven plaats vindt. Leren om verloren te gaan onder Gods recht. Niet voor Hem te kunnen bestaan. De rust is opgezegd. En het wordt anders in het leven.

Er zal het weten van een eertijds zijn. Elk mens kent een verleden. En in deze een leven zonder God. Zo was het. Daar wordt leed over gevoeld. Er was geen kennis van schuld. Er was geen kennis aan de Heere Jezus. Men leefde buiten God en buiten Zijn gemeenschap. Er is het weten: ik was blind en nu zie ik.

 Achteraf wordt wel gezien hoe dikwijls de Heere door Zijn Woord en Geest heeft gesproken. Genodigd. Doch eerst wanneer de blinde ogen opengaan, er komt een zoeken naar God. Want men weet het: zoals men nu leeft, men gaat voor eeuwig verloren.  

Er wordt geleerd niet zonder de Heere te kunnen leven. Niet zonder Hem te kunnen sterven. Want Hij is Het Die zal redden. Er komt een verlangen dichtbij Hem te leven. In de zalige gemeenschap van God. Die God waar men uit is gevallen. En waardoor men buiten Hem in de zonde leeft. Men heeft de Heere Jezus nodig om weer teruggebracht te worden tot God. Om te worden een kind van het licht. Gods kind. Een kind van de hemelse Vader.

Hoe zal dat ooit kunnen. Er komt een smeken: ik laat U niet gaan, tenzij U me zegent. Het is nood in het leven. Er is het weten dat zonder een Middelaar er geen toegang tot God is . Men krijgt een nauwgezet leven. Naar Zijn wil. Naar Zijn weg. En dat alles is nooit een vanzelfsprekendheid. Het is en het blijft een wonder wat in het leven heeft plaatsgevonden.

En juist dat wonder wordt zo dikwijls gemist. Het is zo vaak maar een vanzelfsprekendheid. Het gaan achter de Heere aan. Maar wat moet ik met een Jezus van vijf letters.........

Genade leert dat het een wonder is  En dat het een leven lang een wonder blijft. Een wonder, dat de Heere trouw blijft. Met opzoekende zondaarsliefde. Ondanks de ontrouw van mensen. Ze gaan zichzelf zien als steeds groter zondaar. Dat bij het ontdekkend licht van Gods Heilige Geest. En daardoor krijgen ze ook steeds meer zicht op de gebroken relatie met God. Die er van nature is bij alle mensen. Men voelt zich niet boven mensen staan. Nee, allen zijn we van nature van die ene lap gescheurd. Gevallen uit Adam. En gedoemd verloren te gaan.

Het is, nogmaals, een groot wonder wanneer men in deze wetenschap wordt stilgezet. Niet langer leven kan zonder te weten geborgen te zijn. En deze strijd is de goede strijd van het geloof. Die nooit klaar is dan wanneer men de ogen sluit. Het gaan op de smalle weg. Waarvan men zo licht afwijkt. De weg die geleerd wordt nauw te zijn. Waar alles niet meer kan. Maar waar men zo snel de onvrede van de Heere ervaart. Bewandel dan geen wegen, al schijnen ze recht, alvorens te vragen wat God er van zegt.

Velen wandelen op de brede weg. Hand in hand. Zingend. Vrede, vrede en geen gevaar.  Ook het kerkvolk wandelt zo gemakkelijk mee. Op zondag naar de kerk. Zeker. Naar het Heilig Avondmaal. Ze worden niet gemist.

Maar het volk dat in duisternis wandelt, dat zal een groot licht zien. Zij die gaan in de schaduwen van de dood, over dezelve zal een licht opgaan.

Dus wordt des Heeren volk geleid.

Naar Kerstfeest.