Woestijnvolk.

 

Een kind van God is niet met zichzelf ingenomen. In een weg van dagelijkse ontdekking komt er een afkeer van die oude mens. Daar is het staan naar meerder genade. De oude mens moet en wil gekruisigd worden in een dagelijks spiegelen in die heilige Wet. De Heere maakt geen hoge en bekeerde mensen. O Zoon maak mij Uw beeld gelijk. Christenen zien alleen op hun oudste Broeder. Zo alleen groeien ze op gelijk een frisse boom. Roemen in zichzelf wordt wel afgeleerd. De Heere komt hen op de weg, waar het nodig is, tegen. Niet om te plagen. Maar om dicht bij Hem gebracht te worden. Aan Zijn hart.

In een voortdurende leerschool vallen christenen zichzelf zo tegen. Uiteindelijk leren ze dat het nooit in eigen kracht iets zal worden. Het is iets anders dan de houding van diegenen die menen nooit iets verkeerd te doen. Altijd de schuld bij een ander leggen. Gods kinderen leren meer en meer af. Uiteindelijk geven ze hun leven over. En dan wordt gezongen:

Doch gij mijn ziel het ga zo het wil.
Stel u gerust en zwijg Gode stil

Ik wacht op Hem. Zijn hulp zal blijken.

Gods kinderen worden zo geoefend in het volgen dan de Heere. In een weg van meerder ontdekkend licht. Zodra men roemt in iets in zichzelf, of het wel weer weet: er komt weer wat……………………..

Altijd is en blijft het een vleeskruisigende weg.

Zo blijft het leven van een kind van God een leerschool. Dagelijks struikelend in veel dingen, leren ze zichzelf kennen als onverbeterlijk. Ware het niet dat door het geloof gezien mag worden op de Heere Jezus Christus. Wiens bloed van alle dingen reinigt: Mijn God, waar was mijn hoop en mijn moed gebleven. Ja, ik was vergaan in al mijn smart en rouw.

Het woestijnvolk gaat al gaande en al wenende. Soms beklimmen ze weer eens een berg. En dan moeten ze weer door diepe dalen. De wolkkolom boven hen is hun gids. Maar ook de vuurkolom ’s nachts wijst hen de weg. Ze zijn op reis naar het beloofde land. Hier is het een verdrukking van tien dagen. Het is een strijd om eenmaal in te gaan. Doch die volhardt, hij wint. Het is door alles heen de belofte. En die heimwee hebben komen thuis…………..

Het is niet om het even wat gedaan wordt op de weg. Van alle dingen zal eenmaal verantwoording afgelegd moeten worden. Nee, het is niet een verschuilen achter de woorden en de mening van een ander. Ieder staat voor eigen rekening. Uiteindelijk is ook dat een stervensweg: aan mensen. Vest op prinsen geen vertrouwen.

Het leven blijft  een leerschool. Er kan zoveel zijn wat erop lijkt. Beproeft ook in deze de geesten of ze uit God zijn. Vrienden die helemaal geen vrienden blijken te zijn. Waar in het verdere ook weer afstand van moet worden genomen.

Uiteindelijk ontstaan er in de gemeenschap der heiligen heel andere banden dan met welke men is begonnen. Het is een loslaten van de ophouders op de weg in een staan naar meerder genade. Het doet vaak pijn. Doch uiteindelijk kan het niet anders. Zoals kinderen uiteindelijk bij het opgroeien een eigen weg gaan, zo leren ook Gods kinderen volwassen te worden in het leven der genade. Meer geoefend staan ze als pilaren in het leven. En worden ze geacht anderen de weg te wijzen. Maar ook dan blijkt al snel wie hiervan wel of niet is gediend.