Een arm en een ellendig volk.                
                                                                                                                                                                                                                                     

                                                                                    

De Heere zal Zich doen overhouden een arm en een ellendig volk. En deze zullen op de Naam des Heeren vertrouwen. Op zichzelf ziende is er niets waarop zij zich kunnen beroemen. Het zal altijd genade blijven wanneer de Heere toch nog betoont van hen af te weten.

Het leven is een leerschool. De weg van de wieg naar het graf is de genadetijd. Het zal noodzakelijk zijn de Heere te leren kennen. Het is niet genoeg met een dode belijdenis Hem te benoemen. We zullen bevindelijk moeten weten Wie Hij wil zijn voor mensen die van nature dood liggen in zonden en misdaden. We kunnen straks geen vreemde God ontmoeten.

De duivel is slim. Wanneer de Heere een goed werk begint in een mens, hij zal alle machten uit de hel loslaten dit te voorkomen. Doch de Heere is getrouw. Wat Hij begint zal Hij afmaken. Al kunnen hele zware wegen nodig zijn mensen op hun plek te krijgen en te houden.

In het Paradijs is de duivel ermee begonnen alles verdacht te stellen wat van de Heere was. Twijfel te zaaien. De duivel dacht te winnen. Doch God heeft een Middel gegeven om toch weer tot genade te komen. En dat is de Heere Jezus Christus. Hij is gekomen. Hij heeft geleden. Hij is opgestaan. Hij is ten hemel gevaren. Zijn Geest is uitgestort. En nu kunnen mensen die zichzelf als grote beesten voor de Heere leren kennen zalig worden. Zalig worden wil zeggen dat ze op de Heere Jezus gaan lijken. Dat ze Zijn beeld weer gaan dragen. Wij zijn het beeld van God kwijtgeraakt. En alleen wanneer we dat terug ontvangen zal het goed met ons zijn voor de tijd en de eeuwigheid.

Dat gaat altijd in een weg van schuld. Het is menselijk de schuld bij een ander te zoeken. Doch bij ontdekkend licht van de Heilige Geest wordt het anders. Een mens komt in de binnenkamer terecht. Op zijn knieën. En daar leert hij het uitroepen: Wee mijner, dat ik zo gezondigd heb. Hij ziet dat hij voor God niet kan bestaan. Hij ziet dagelijks meer en meer zonden bij zichzelf. De Heilige Geest laat zien hoe er maar ene weg is om de welverdiende straf te ontgaan. Om zo tot genade te komen. Door de Heere Jezus Christus. Zijn verzoenend sterven is het rustpunt van ons hart. En nu is een geheel leven nodig om dat te gaan leren. Dat het van onze zijde nooit kan. En het wonder zal dagelijks groter worden wanneer er een weinig hoop mag zijn dat er nu toch nog genade is voor de grootste van de zondaren. Die hoop kan er alleen gegrond zijn wanneer de Heere Zich aan ons openbaart. Wanneer we Hem leren kennen. In al Zijn schoonheid. Zijn stem leren verstaan.

De Heere maakt geen grote mensen. Kleiner worden ze. Steeds kleiner. En dat is dan omdat ze zien wie ze, nadat ze spreken van genade, blijven. Zalig worden ligt dan ook niet aan een mens. De Heere zegt: Mijn genade is u genoeg. Het is genade wanneer de Heere ons trekt uit de duisternis. Het is genade wanneer Hij ons aanraakt door Zijn Heilige Geest. Het zal genade blijven die in een verdere weg meer doet zien van de Heere Jezus Christus. En uiteindelijk worden we alleen zalig door het volkomen werk van een drie-enig God.

Het leven is een leerschool. Er gebeurt niets bij geval. Met alles heeft de Heere Zijn doel. Het welbehagen van de Heere zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan. Wij leven in een tijd dat in bepaalde kringen zo weinig gehoord wordt van de wonderen die de Heere nog wil doen. En de duivel zal alles proberen om dat ook zo te houden. Hij wil niet dat er gesproken wordt over God en Goddelijke zaken. Doch de Heere wil niet dat een kleine verloren gaat. En dan maakt Hij Zelf een pad waar eigenlijk geen weg meer is. Dan opent Hij waar mensen willen sluiten.