Gods Woord zegt aldus.

Er is zoveel mis in het kerkelijk leven. Het lijkt wel alsof we met z’n allen de weg kwijt zijn. Er wordt van de één naar de ander gewezen. Iedereen denkt nog het beste het eraf te brengen.  Sommigen houden vast aan een leer die gepaard gaat met duizend eigengemaakte wetjes. Men geeft daarbij kenmerken voor een mogelijk geestelijk leven. Daarbij denkend aan veel uiterlijke dingen. Wat gemoedelijke praatjes. Vooral zwarte kleding. Af en toe een traantje. Kortom, hoe behaag ik de Heere. Een tweede groep mensen kan er zogenaamd niet over praten. Waar ze ook zijn of komen, het gaat niet anders dan over de laatste nieuwtjes en meest ergerlijke dingen. Natuurlijk zijn het trouwe kerkgangers. En willen ze nog wel wel luisteren als het zo te pas komt. Maar verder leidt men het leven van alle dag. Een soort slaap is over hen gekomen. Het is te vreze dat men te laat wakker wordt. Een volgende mogelijkheid is het leven vanuit het geloof dat men toch zoveel van de Heere Jezus houdt. Die lieve Heiland is een trouwe Vriend. En ziende op Hem komt alles straks goed. Men heeft het over liefde en leeft daaruit. Er is evangelisatie. Er is hulp voor iedereen. Een aversie tegen alles wat ruikt naar wettisch. Want immers, dat heeft met het evangelie niets te maken. Een volgende mogelijkheid nog is het bezig zijn met het Woord. Schriftonderzoek en mediteren. Want, immers, we moeten goed weten hoe het allemaal is. Uren worden besteed aan stille tijden. En ook bij dezen wordt echt gedacht dat dit de weg is ter zaligheid.

Aan bovengenoemde mogelijkheden zouden nog vele andere toegevoegd kunnen worden. Men zei wel eens: Eén mens, een kerk. Twee mensen, twee kerken. En drie mensen, opnieuw een scheuring. Ook is het naar het Woord dat in het laatst der dagen geen twee meer samen op kunnen trekken.

Boven alle kerken en groeperingen staat echter het zuivere Woord van God. En Gods Woord zegt aldus!! Het spreekt van twee wegen. Tenzij een mens wederom geboren wordt, hij zal het Koninkrijk van God niet zien. Gods Woord spreekt van drie stukken. Alleen in een weg van inkeer, afkeer en terugkeer is er een nieuw en Godzalig leven. Inkeer, ofwel het beleving van de ellende waarin we door onze diepe val allen verkeren. Afkeer, het zoeken naar een middel om de toorn van God te ontgaan. Maar ook de terugkeer. Bij het weten van een rechtvaardig zijn door het geloof een levenslang strijden tegen de zonde, de wereld en het boze hart. Wat altijd maar weer probeert de boventoon te voeren.

Ieder mens kan proberen een eigen invulling te geven aan een godsdienst die hem het best past. En als bij de rijke jongeling is er de gedachte dat het allemaal wel een beetje mee zal vallen. Goed je best doen. Lief zijn voor anderen. Doch Nicodémus krijgt een antwoord wat duidelijk is. Tenzij een mens wederom geboren wordt, hij zal het Koninkrijk van God niet zien. Ook is het duidelijk dat het Koninkrijk van God staat boven welke carrière of welk verlangen. Aanvullend is het onderwijs dat het met geweld wordt genomen. Dat het een levenslange strijd blijft om de eindstreep te halen. Een voortdurend zoeken in zelfonderzoek of er geen schadelijke weg is. Het leert dat het gevoel van vrede heel bedrieglijk is. Gods kinderen worden in een geestelijke vrijheid gesteld. Maar ze worden gewaarschuwd niet weer met allerlei leer bevangen te worden. Doch de leidraad in hun leven is Gods Woord. En Gods Woord zegt hen aldus……..