Een
nieuwtje Veel mensen zijn uit op nieuwtjes. Je zou kunnen zeggen: Ze hebben geen kleurentelevisie. Het grootste nieuws duurt drie dagen. Dat wil zeggen: het is zo voorbij. Dus hoe meer men hoort, hoe liever men het heeft. Het houdt hen bezig. Het vult hun dagen. En niet zelden wordt er de helft bij verzonnen om het verhaal nog mooier, ja aannemelijker te maken. Een
nieuwtje doet de ronde. Vragen worden gesteld. Doorgaans
weet men snel de juiste persoon te vinden om zo precies mogelijk te weten te komen wat er
aan de hand is.
Heel overtuigd wordt met een zeker eergevoel om dit te kunnen doen het
antwoord
voor waar doorverteld. Het wordt al mooier. En mooier. En, ’t
was uit de eerste
hand. Maar
dan. Niet zelden blijkt het verhaal wat met zoveel
overtuiging werd verteld achteraf
een
grote vergissing. In plaats van een soort eergevoel om de uitbrenger
van het
nieuws te zijn komt (hopelijk) schaamte. Dingen zijn geopperd. Voor
waar
gezegd. Het vuur is aangewakkerd. Het leed geschied. Dan
opeens rijzen andere vragen. Wie was degene die met het
verhaal kwam. Wie was degene die dit op zijn geweten heeft. Aan
de zijlijn staat een andere schare. Met gesloten mond,
gevouwen handen en betraande ogen. Afwachtend.
Een
nieuwtje. De duivel heeft een nieuwtje. Het is het
nieuws om als God te kunnen zijn. Het is het nieuws om te luisteren
naar
datgene wat hij influistert. Het is het nieuws om te grijpen naar de
verboden
vrucht. Welke deze ook is. Zondag
aan zondag in de kerk. Beter weten. Maar niet beter
doen. Een vals getuigenis. Behagen in het ongeluk van de ander. Hoe is
het
mogelijk!! Mensen kapot maken. Mensen in twijfel brengen. Door afgunst?
Jaloezie? Hoe is het mogelijk!! Er
is een ander nieuws. Er is groot Nieuws. Er is een
mogelijkheid om van die grote schare gezet te worden in de groep die
daar met
het oog omhoog staat. De weg is de weg van de schuld. Van de
overtuiging en het
overbuigen. Van het verlaten van de verkeerde, de brede weg om een
andere gang
in het leven te krijgen. Te
vechten
tegen alles wat de duivel probeert aan te richten. Om in een nieuw en
dan
godzalig leven te wandelen. Dan
komt er een nieuwtje. Een mens, op weg naar een eeuwig
verderf is aangeraakt door Gods Geest. Als een Saulus ligt hij daar op
de
grond. Hij weent. In een ogenblik heeft hij zijn schuld gezien. Het
wordt
omkomen. Maar van onder zijn eeuwige armen. Op zijn weg komen de mensen
die het
nieuws uit de hand van God hebben ontvangen. Geen enkele misgunning is
aanwezig. Integendeel. Met veel kracht wordt het nieuws verteld. Daar
is een
mens aangeraakt door de Geest van God. En zie, hij bidt. Dan zal er in
de hemel
meer vreugde zijn om één zondaar die zich bekeert
dan om die negenennegentig
die verloren gaan. Omdat ze niet hebben gewild. |
|