Teruggeleid.

Het kunnen moeilijke omstandigheden zijn waarin wordt verkeerd. Tijden waarop het alles zo vol vragen is geworden. Als het ware word je een tijdlang stilgezet. Je zoekt antwoorden, maar ze zijn er niet. Oplossingen, maar ook die lijken ver.

Wat moet er toch veel gebeuren bij tijden om mensen op het plekje te krijgen waar ze horen. Dicht bij de Heere te brengen en te houden. Want is het niet Hij Die weet van al onze zorgen en noden? En is het ook niet zo dat geen ding gebeurt bij geval?

Even waren we het kwijt. Even dachten we om te komen of te bezwijken. Maar de Heere zal Zijn kinderen nooit om doen komen. Hun val zal Hij niet toelaten. Wat is het een voorrecht dit te weten of opnieuw te mogen leren. Wat geeft dat een troost. Een bemoediging. En niet zelden worden herinneringen gebruikt om dit weer voor ogen te hebben: Hij is immers de Getrouwe. Die is, Die was en Die komen zal. Hij zal altijd weer blijken te zijn Die Hij in het verleden betoonde te zijn. Ook al zijn wij het even vergeten. Ook al kunnen wij niet meer verder voor eigen waarneming.

Maar de Allerhoogste maakt het goed. Na het zure geeft Hij toch altijd weer het zoet. Het kan een psalmvers zijn wat plots, maar op Gods tijd, ogen opent die als het ware gesloten waren voor dit gegeven. Mensen die het geloof als het ware even kwijt waren. Het vertrouwen dat de Heere altijd het heft in handen heeft.

Maar hoe goed is het dan op zondag naar de kerk te gaan. Te luisteren naar dat wat de Geest tot de gemeente te zeggen heeft. En is het niet zo dat dit in de meest moeilijke omstandigheden een persoonlijke zegen kan doen wegdragen? Dat juist op momenten dat we het niet meer verwachtten, ja er eigenlijk niet aan gedacht hadden, dat het dan blijkt dat de Heere het wel weet. Hij weet de tijd dat de aarde is toebereid om het zaad te ontvangen. De voren zijn lang getogen. Er is werk aan het land gedaan. Dan valt het zaad.  Het zaad dat vrucht zal dragen.  

Gesloten ogen. Vertrouwen wat er niet meer is. Angst wat opsteekt. Vragen die gesteld worden. Het gevoel verlaten te zijn. Er alleen voor te staan. En ga maar door. Het zijn van die momenten die ieder kent in het leven.

En toch is er troost. Een Troost die mensen niet kan geven. Vertrouwen wat een ander je wil schenken komt niet aan. Teksten die te pas en te onpas je worden voorgehouden sla je weg. Er is maar één mogelijkheid om het donker op te klaren. Licht wat niet meer kijkt naar de oplossing. Naar een antwoord op een vraag. Maar het geloof dat de Heere er is. Een gegeven wat alles betekent. Het zeker weten. Dat HIj het toen wist en nog weet. En altijd weer zal weten. En hoe het ook schijnbaar mag tegenlopen, ze kunnen weer op Zijn goedheid hopen.

Woord en Geest, zo is het altijd geweest en zo zal het altijd blijven. De Geest Die Zich paart aan het Woord. Nogmaals, op Gods tijd en op Zijn wijze. Niet wanneer wij het hadden gedacht of verwacht. Maar op de tijd die de Heere als het ware in spanning heeft tegemoet gezien. Hij wachtte. Hij heeft gewacht. En Hij zal altijd weer blijven wachten op het moment waarop Hij verder kan werken. Verder kan leiden. Verder wil leiden.

De Heere leidde Zijn volk. Hij leidt Zijn volk. En Hij zal altijd Zijn volk blijven leiden. Het leven van Zijn kinderen gaat niet over rozen. Het is geen leven wat als een glijbaantje naar de hemel gaat. Het gaat over hoogtes, door dieptes. Maar de zekerheid dat de Heere leidt en voorgaat maakt dat het kan. Weer kan.